Marketing Report
[Interview] Corine de Vries: De regiobladen van Mediahuis Nederland werken data-geïnformeerd interview

[Interview] Corine de Vries: De regiobladen van Mediahuis Nederland werken data-geïnformeerd

Corine de Vries is hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad, de Gooi- en Eemlander, het Leidsch Dagblad, het Haarlems Dagblad en de IJmuider Courant. Daarmee is de hoofdredacteur van de regionale dagbladen van Mediahuis Nederland. We spreken haar over ontwikkelingen bij haar kranten

Hoe gaat het met de regionale kranten?

Het gaat nog steeds heel goed. Sinds wij ruim drie jaar geleden web first en met een betaalmuur zijn gaan werken, zijn al onze regionale titels gegroeid. Tijdens de coronacrisis zagen we echt een forse groei: omdat mensen aan huis gebonden waren en vooral geïnteresseerd waren in hun eigen regio, hun eigen ziekenhuizen, scholen en winkels. We merken aan onze data dat herkenbare menselijke verhalen heel goed gelezen worden, maar ook verhalen over bakkers, kappers en alles over wonen. Het afgelopen jaar is de groei er een beetje uit, maar we blijven redelijk stabiel, met name ook door de groei van onze digitale abonnees.

Hoe is de verhouding tussen digitaal en de papieren krant?

We hebben relatief veel papieren lezers. Slechts 18 procent van ons abonneebestand is digitaal en dat groeit gestaag. Tegelijkertijd zien we dat een op de drie nieuwe abonnees bij ons nog steeds kiest voor zes dagen een papieren krant in de bus. Onze papieren lezers zijn heel trouw. Gelukkig weten we ook steeds meer nieuwe lezers te bereiken via onze website, app, nieuwsbrieven en sociale media.

De Gooi- en Eemlander is daar bijvoorbeeld heel succesvol in: dat is al maanden onze snelstgroeiende titel. Ik denk dat we in het Gooi ook mensen bereiken die daar niet geboren en getogen zijn en voor wie de krant dus vanzelfsprekend is. En daar zitten onze kansen: we richten ons op jonge gezinnen die zich ergens vestigen, een baan krijgen en hun kinderen naar school laten gaan. Die mensen raken geïnteresseerd in wat er in hun buurt gebeurt.

Hoe zijn de titels verdeeld, want ik zie soms overlap?

We brengen onder onze vijf dagbladen nog steeds twaalf regionale edities uit. Het Noordhollands Dagblad kent een editie Alkmaarse Courant. Dagblad Waterland, Dagblad Zaanstreek, Dagblad voor West-Friesland, Schager Courant en Helderse Courant. Het tweede katern van al die twaalf edities is puur regionaal. Daarin volgen we de gemeentepolitiek, we maken menselijke verhalen en we volgen in de regio de sport, middenstand, criminaliteit, gezondheidszorg, cultuur en onderwijs. 

Het eerste katern van al onze edities is – met uitzondering van de voorpagina – hetzelfde. Daarin staat het landelijk en buitenlands nieuws, en brengen we nieuws en reportages die een voor al onze lezers interessant zijn, maar zoveel mogelijk geschreven vanuit een regionaal perspectief. Onze 180 verslaggevers schrijven echt alleen maar over de eigen regio. Het andere, landelijke en internationale nieuws, komt bij onze Mediahuis-partners NRC, De Telegraaf en de Standaard (Vlaanderen) vandaan. Dat is overigens niet nieuw: vroeger konden we deze stukken overnemen van het regionale persbureau (GPD), maar dat bestaat niet meer.  

Hoe kijk je aan tegen de verschraling van lokale journalistiek en minder huis-aan-huisbladen?

Uit een recent onderzoek van het Commissariaat voor de Media blijkt dat het wel meevalt met de verschraling van de lokale journalistiek. Verder is er een duidelijk verschil tussen huis-aan-huisbladen, die vrijwel volledig afhankelijk zijn van advertenties, en regionale kranten. Wij zijn voor 80 procent afhankelijk van abonnee-inkomsten en dus veel minder afhankelijk van de advertentie-inkomsten. De gemeenten die klagen dat lokale media verschralen, hebben overigens boter op het hoofd, want zij hebben in het verleden bezuinigd op de budgetten voor gemeentepolitieke communicatie, omdat ze alles zelf online zijn gaan publiceren.

Wij zijn nog steeds in alle gemeentes in onze regio’s (Noord-Holland en delen van Zuid-Holland) met een verslaggever aanwezig bij raadsvergaderingen. Niet meer om alles wat daar gebeurt te notuleren, maar wel voor belangrijke nieuwsontwikkelingen en als voedingsbodem voor reportages en reconstructies. We merken aan dat data (de leescijfers op internet) dat juist goed uitgezochte langere verhalen over gemeentepolitiek goed gelezen worden. Beter dan de kleine berichtjes.

Hoe is jullie digitale/mobiele strategie?

Sinds drie jaar werken al onze redacties web first. Dat betekent niet dat we alles direct online zetten, maar dat we nadenken over een publicatiestrategie. Onze websites hebben een hartslag gekregen; de hele dag door zijn er interessant en nieuwe verhalen op te vinden.

Volgend jaar willen we volledig mobile first gaan werken. Op onze redactie komen de schermen dan verticaal te hangen, journalisten krijgen een preview hoe hun verhaal er op mobiel uitziet en fotografen moeten zich nog bewuster worden dat op mobiel ander beeld goed werkt dan in de krant. Natuurlijk blijven we ook een mooie krant maken, maar steeds meer mensen lezen onze verhalen vanaf hun telefoon, en daar zit ook onze groei.

Hoe werken jullie met data?

We werken niet datagestuurd, maar datageïnformeerd. Op schermen op de redacties kunnen journalisten zien welke verhalen op dit moment het best gelezen worden, en welke de afgelopen 24 uur. Op basis daarvan maken we journalistieke keuzes. We zien bijvoorbeeld aan de data dat verhalen echt veel beter gelezen worden als wij de straat op gaan.

Brand er een monumentale boerderij af, dan gaan we er direct heen om met de brandweer, de eigenaren en de omwonenden en de eigenaren te spreken. Een mooi voorbeeld: in Schagen ging een ambachtelijke bakkerij failliet, en een kort artikeltje daarover werd enorm goed gelezen en gedeeld op socialae media. Wij hebben toen de bakker geïnterviewd, we zijn de buurt in gegaan, hebben een verhaal gemaakt over de crowdfundingactie en over het mislukken van die poging. En twee weken later kwamen we met een groot overzichtsverhaal over de staat van alle ambachtelijke bakkerijen in de Noordkop. Stuk voor stuk goede journalistieke verhalen waarvan we nu echt weten dat mensen ze graag lezen.

Het mooie van die data is ook dat we hebben ontdekt dat echt niet alleen seks, drugs en criminaliteit scoren. Juist ook goed uitgezochte verhalen over lokale politiek, of bijvoorbeeld over een mislukt bouwproject doen het online heel goed. En eigenlijk ieder verhaal dat je een menselijk gezicht weet te geven.

Bijna alles lijkt wel achter betaalmuren te staan. Hoe zit dat?

Onze 112-kopij en het snelle korte nieuws staat gratis, maar alles waar onze verslaggevers echt iets aan hebben toegevoegd zetten we achter de betaalmuur. De bedoeling is dat 40 procent gratis is en 60 procent achter de betaalmuur staat. Daar moeten we wel echt goed opletten, op die verhouding, soms staat er iets te weinig gratis. Maar wij kiezen heel bewust voor dit model, premium content voor onze abonnees en om nieuwe abonnementen te werven. Daarvan is ons voortbestaan afhankelijk.

Hoe werken jullie samen met Mediahuis Limburg (De Limburger) en Mediahuis Noord (Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant en Friesch Dagblad)?

Die verhouding met de andere regionale hoofdredacties binnen Mediahuis is heel goed. We leren van elkaar en inspireren elkaar. De chefs van onze sportredacties en de themabijlages hebben geregeld contact en we wisselen ook kopij uit met elkaar. Binnenkort komen onze onderzoeksjournalisten een dag bij elkaar om na te denken over gezamenlijke onderzoeksprojecten.  

Hoe kijk je aan tegen 5 jaar Mediahuis als eigenaar?

Mediahuis is een heel fijne eigenaar, want het is een uitgever die echt houdt van media. We krijgen ruimte om te investeren in digitale vernieuwing, in jong talent, in podcasts en in onderzoeksjournalistiek. Journalisten kunnen trainingen volgen om nog beter te worden. Mediahuis gelooft er echt in dat  je lezers kunt binden met goede journalistiek, en dat blijkt gelukkig ook uit de resultaten van de afgelopen jaren.

Waar ben je trots op?

Ik ben trots onze ervaren regionale journalisten die van Den Helder en Hoorn tot Hilversum, Katwijk en Leiden iedere dag weer twaalf tot vijftien unieke pagina’s vullen met mooie en relevante verhalen uit de regio. Tegelijkertijd is het fijn dat we de afgelopen drie jaar meer dan dertig nieuwe collega’s hebben kunnen aannemen, nieuw talent dat ook veel energie en nieuwe perspectief brengt. En ik ben blij met onze onderzoeksjournalistiek: indringende verhalen over Tata Steel, undercover bij de Action, misstanden in de turnwereld en ontwikkelingen op de huizenmarkt, waarmee we de afgelopen twee jaar ook twee Tegels (journalistieke prijzen) hebben gewonnen. Genoeg dus om trots op te zijn.

credits foto: Marcel Molle

www.mediahuis.nl

Abonneer je op onze nieuwsbrief.